Eergisteren hebben we afscheid genomen van Wesley en Aldert. In de Role 2 lagen ze opgebaard, twee kisten, vredig naast elkaar. Twee collega’s houden een erewake naast de kisten. Er staan twee foto’s, de vlag van het regiment Johan Willem Friso maakt de ruimte compleet. Een indrukwekkend moment als ik naast de kist sta. De mensen die hen hebben afgelegd en opgebaard hebben goed werk geleverd. Ze liggen er mooi bij, hoe vreemd dat ook klinkt.
Even daarvoor hebben we de afscheidsceremonie afgerond in de ATF-tent. Ik ben tevreden over de dienst. De samenwerking met de aalmoezenier heeft een evenwichtig geheel opgeleverd. De aanwezigen van de Charlie-compagnie hebben een bijdrage geleverd. Indrukwekkend waren de fotopresentaties die we konden laten zien. Door de maten van Wesley en Aldert gemaakt, met muziek en op een groot scherm geprojecteerd. Persoonlijk. Mooi.
Ik heb het in de ceremonie ook gezegd: We verliezen twee collega’s onder moeilijke omstandigheden. Mogelijk door eigen vuur. Niets kan dat verlies goedpraten, laat staan ongedaan maken. We zullen de pijn moeten dragen.
Dat er honderden mensen in de ATF-tent staan op het uur van de ceremonie sterkt mij in het gevoel dat we er niet alleen voor staan, we hebben elkaar en dat voelt goed. Ik zie en hoor dat natuurlijk ook om mij heen. In gesprekken met mensen, in groepsgesprekken en bij de verschillende debriefingsgesprekken. Moeilijke omstandigheden brengen mensen bij elkaar. En dat hebben we nodig want we moeten ook de kracht vinden om weer door te gaan. De missie is nog niet ten einde, voor ons niet en voor onze opvolgers nog helemaal niet. En dan voel ik grote bewondering en diep respect voor de mensen die deze missie buiten de poort moeten uitvechten. Aldert en Wesley: Respect.
vrijdag 18 januari 2008
donderdag 10 januari 2008
Herstel
Vandaag heb ik een dag meegelopen met de jongens van Herstel. Het meelopen met de verschillende eenheden heeft een dubbel doel. Ik krijg meer beeld en geluid bij wat het werk van mensen inhoudt en mensen leren mij op een andere manier kennen dan ‘even op bezoek tijdens de koffie’ .
Een dag bij Herstel betekent sleutelen. Vandaag heb ik een verdeelkap van de versnelling van een MB vervangen en een stuurpomp uit- en ingebouwd. Voor iemand die voor het eerst aan een auto staat te sleutelen ben ik best trots op mijzelf...
Verder heb ik gemerkt dat men het wel waarderen kan als ik mijzelf laat kennen en een dagje meeloop met de mannen en vrouwen op de werkvloer. Bovendien heb ik gezien hoeveel know how er is bij de mensen van Herstel. Naast de vele specialismen is de gemiddelde monteur ook nog eens erg breed opgeleid. Er worden MB’s, Patria’s, Fenneks, Bushmasters, YPR’en, Skania’s, Viertonners en weet ik wat nog meer gerepareerd en gemodificeerd. En overal zijn onderdelen en gereedschappen voor nodig waar een normaal mens nog nooit van gehoord heeft. En al die onderdelen zijn er wel of niet, moeten besteld worden of aangevuld, worden beheerd en in de administratie opgenomen of uitgeboekt wanneer ze worden gebruikt. Kortom, er bevind zich een hele wereld achter de aanduiding Herstel.
En dan ben ik vandaag alleen nog maar bij de afdeling voertuigen geweest. Misschien kom ik er deze uitzending ook nog aan toe om bij de elektromonteurs, wapenherstellers en andere specialismen mee te lopen.
Een dag bij Herstel betekent sleutelen. Vandaag heb ik een verdeelkap van de versnelling van een MB vervangen en een stuurpomp uit- en ingebouwd. Voor iemand die voor het eerst aan een auto staat te sleutelen ben ik best trots op mijzelf...
Verder heb ik gemerkt dat men het wel waarderen kan als ik mijzelf laat kennen en een dagje meeloop met de mannen en vrouwen op de werkvloer. Bovendien heb ik gezien hoeveel know how er is bij de mensen van Herstel. Naast de vele specialismen is de gemiddelde monteur ook nog eens erg breed opgeleid. Er worden MB’s, Patria’s, Fenneks, Bushmasters, YPR’en, Skania’s, Viertonners en weet ik wat nog meer gerepareerd en gemodificeerd. En overal zijn onderdelen en gereedschappen voor nodig waar een normaal mens nog nooit van gehoord heeft. En al die onderdelen zijn er wel of niet, moeten besteld worden of aangevuld, worden beheerd en in de administratie opgenomen of uitgeboekt wanneer ze worden gebruikt. Kortom, er bevind zich een hele wereld achter de aanduiding Herstel.
En dan ben ik vandaag alleen nog maar bij de afdeling voertuigen geweest. Misschien kom ik er deze uitzending ook nog aan toe om bij de elektromonteurs, wapenherstellers en andere specialismen mee te lopen.
dinsdag 8 januari 2008
De Role 2
De Role 2 is een beetje een cryptische omschrijving voor het militaire hospitaal dat hier op Kamp Holland is gebouwd. Gisteren ben ik in de gelegenheid geweest om een hele dag met een aantal mensen in de Role 2 mee te lopen. Een manier om, anders dan tijdens het koffiedrinken, nader kennis te maken met de mensen die hier ruim vier maanden werken en leven. Een indrukwekkende ervaring.
Al eerder had ik het genoegen van een korte rondleiding door het hospitaal te krijgen. Er is, naast een huisartsenpost, een echt ziekenhuis ingericht met een verpleegafdeling, een IC, een apotheek, een afdeling spoedeisende hulp, operatiekamers, fysiotherapie, een bloedbank, een operatieteam en nog veel meer. Vandaag heb ik vooral mee kunnen kijken met de verpleegkundigen en de verpleging. Op de afdeling waar mannen en kinderen liggen zijn op dit moment zeven Afghaanse patiënten waaronder vijf kinderen opgenomen. De kinderen zijn in het gezelschap van hun vader of grootvader. Stuk voor stuk mensen met een eigen verhaal en doordat er continue een tolk aanwezig is zijn hier en daar tipjes van de sluier opgelicht. De vrouwenafdeling heb ik als man uit respect voor de Afghaanse cultuur niet bezocht.
Een groot deel van het werk bestaat uit wondverzorging. Daarnaast worden natuurlijk de mensen gewassen, worden de bedden verschoond, wordt de medicatie verstrekt en wordt thee of vruchtensap geserveerd. Waar mogelijk heb ik een handje geholpen of geprobeerd even de taalbarrière te doorbreken door met handen en voeten contact te maken met een van de patiëntjes.
Natuurlijk heb ik ook veel met de verplegers en verpleegkundigen gesproken. Ook hun verhaal is indrukwekkend. Verwondingen die je hier tegen komt zijn in Nederland uitzonderlijk. Jonge kinderen die worden binnengebracht, waarvoor je soms heel veel en soms ook niet genoeg kunt doen, dat maakt een diepe indruk op iedereen. Of het moment waarop iemand zich realiseert dat wat wij ook kunnen doen om iemand in leven te houden, het perspectief voor iemand na ontslag uit het ziekenhuis soms erg somber is. En toch, er is geen alternatief dan ook zo iemand zo goed mogelijk te helpen.
Uiteindelijk kijk ik terug op een waardevolle en intensieve dag. Iets waarvoor ik mijn gastheren en –vrouwen van de Role 2 en vooral van de verpleging dankbaar ben.
Al eerder had ik het genoegen van een korte rondleiding door het hospitaal te krijgen. Er is, naast een huisartsenpost, een echt ziekenhuis ingericht met een verpleegafdeling, een IC, een apotheek, een afdeling spoedeisende hulp, operatiekamers, fysiotherapie, een bloedbank, een operatieteam en nog veel meer. Vandaag heb ik vooral mee kunnen kijken met de verpleegkundigen en de verpleging. Op de afdeling waar mannen en kinderen liggen zijn op dit moment zeven Afghaanse patiënten waaronder vijf kinderen opgenomen. De kinderen zijn in het gezelschap van hun vader of grootvader. Stuk voor stuk mensen met een eigen verhaal en doordat er continue een tolk aanwezig is zijn hier en daar tipjes van de sluier opgelicht. De vrouwenafdeling heb ik als man uit respect voor de Afghaanse cultuur niet bezocht.
Een groot deel van het werk bestaat uit wondverzorging. Daarnaast worden natuurlijk de mensen gewassen, worden de bedden verschoond, wordt de medicatie verstrekt en wordt thee of vruchtensap geserveerd. Waar mogelijk heb ik een handje geholpen of geprobeerd even de taalbarrière te doorbreken door met handen en voeten contact te maken met een van de patiëntjes.
Natuurlijk heb ik ook veel met de verplegers en verpleegkundigen gesproken. Ook hun verhaal is indrukwekkend. Verwondingen die je hier tegen komt zijn in Nederland uitzonderlijk. Jonge kinderen die worden binnengebracht, waarvoor je soms heel veel en soms ook niet genoeg kunt doen, dat maakt een diepe indruk op iedereen. Of het moment waarop iemand zich realiseert dat wat wij ook kunnen doen om iemand in leven te houden, het perspectief voor iemand na ontslag uit het ziekenhuis soms erg somber is. En toch, er is geen alternatief dan ook zo iemand zo goed mogelijk te helpen.
Uiteindelijk kijk ik terug op een waardevolle en intensieve dag. Iets waarvoor ik mijn gastheren en –vrouwen van de Role 2 en vooral van de verpleging dankbaar ben.
zondag 6 januari 2008
Personeelszorg
Eén van de redenen dat er geestelijke verzorging bij defensie bestaat is dat personeelszorg hoog in het vaandel staat. Je zou verwachten dat defensie er dan ook zorg voor draagt dat deze personeelszorg optimaal kan plaatsvinden. Eén van de basis voorwaarden hiervoor is dat de mensen die deze zorg op zich nemen tenminste een werkruimte met een stoel en een tafel, een telefoon en een computer tot hun beschikking moeten hebben. En in het landklimaat van Afghanistan is ook een kachel in de winter en een airco in de zomer geen overbodige luxe.
De afgelopen twee weken stonden voor mij in het teken van het verkrijgen van een eigen werkruimte. Toen na ruim twee weken mijn collega hier arriveerde ondervonden we de beperkingen van een gedeelde werkplek. Bovendien is er sinds enige tijd een hek met cijfercode rond de werklocaties opgetrokken wat de drempel naar de hulpverlening ernstig verhoogd. We willen dus naar een andere locatie. Op verschillende niveaus hebben we dit probleem kenbaar gemaakt. Uiteindelijk is voor mij een alternatieve locatie gevonden, helaas nog steeds achter het genoemde hek. Vandaag is gebleken dat die ruimte ook nog door anderen wordt geclaimd. Het probleem is dus nog steeds niet van de baan.
Om heel eerlijk te zijn wordt ik hier ernstig moedeloos van. Ik heb mijn uiterste best gedaan de voorwaarden voor mijn werk zo goed mogelijk te regelen en wordt wederom met huisvestingsproblemen geconfronteerd. Ik zou me bijna ‘niet welkom’ voelen op mijn eigen werkplek en de vraag komt bij me op hoe belangrijk defensie die personeelszorg nu eigenlijk in de praktijk vindt.
Gelukkig bestaat mijn werk inhoudelijk uit veel meer dan één op één gesprekken en kan ik naast deze rompslomp ook nog een aantal zinvolle activiteiten ontplooien. Zo vinden vanavond de gesprekken met het peloton plaats dat onlangs op een bermbom is gereden en daarna in een vuurgevecht is geraakt. Gesprekken waarin de personeelszorg wel een plek en een vorm heeft gekregen en waarin ik dan ook veel voldoening ervaar.
De afgelopen twee weken stonden voor mij in het teken van het verkrijgen van een eigen werkruimte. Toen na ruim twee weken mijn collega hier arriveerde ondervonden we de beperkingen van een gedeelde werkplek. Bovendien is er sinds enige tijd een hek met cijfercode rond de werklocaties opgetrokken wat de drempel naar de hulpverlening ernstig verhoogd. We willen dus naar een andere locatie. Op verschillende niveaus hebben we dit probleem kenbaar gemaakt. Uiteindelijk is voor mij een alternatieve locatie gevonden, helaas nog steeds achter het genoemde hek. Vandaag is gebleken dat die ruimte ook nog door anderen wordt geclaimd. Het probleem is dus nog steeds niet van de baan.
Om heel eerlijk te zijn wordt ik hier ernstig moedeloos van. Ik heb mijn uiterste best gedaan de voorwaarden voor mijn werk zo goed mogelijk te regelen en wordt wederom met huisvestingsproblemen geconfronteerd. Ik zou me bijna ‘niet welkom’ voelen op mijn eigen werkplek en de vraag komt bij me op hoe belangrijk defensie die personeelszorg nu eigenlijk in de praktijk vindt.
Gelukkig bestaat mijn werk inhoudelijk uit veel meer dan één op één gesprekken en kan ik naast deze rompslomp ook nog een aantal zinvolle activiteiten ontplooien. Zo vinden vanavond de gesprekken met het peloton plaats dat onlangs op een bermbom is gereden en daarna in een vuurgevecht is geraakt. Gesprekken waarin de personeelszorg wel een plek en een vorm heeft gekregen en waarin ik dan ook veel voldoening ervaar.
donderdag 3 januari 2008
Onderweg

Kinderen zwaaien naar een militair voertuig van onze Patrouille.

Regelmatig wordt de duim opgestoken. Dat duidt erop dat ze onze aanwezigheid waarderen.

Ook de kleintjes zwaaien mee...

...hoewel sommige nog te zeer onder de indruk zijn van al die militairen.

Ondertussen gaat in TK de handel verder. Langs de weg wordt alles verkocht. Van kachels, groenten, fruit, stoffen tot motorfietsen, bedden en ander huisraad.
maandag 31 december 2007
Poentjak
Op een heuvel in het dal van de Rud-e Dorafshān rivier ligt de pelotonsbase Poentjak. Vanuit de verschillende uitkijkposten heb je een voortreffelijk uitzicht op de omgeving. Het is dan ook een groot genoegen om daar eens rustig de tijd te nemen om om je heen te kijken. Het liefst gewapend met een verrekijker.Het uitzicht op de bergen is elke dag anders. Afhankelijk van de stand van de zon en de aanwezigheid van stof, wolken, mist of rook uit de verschillende quala’s (ommuurde huizen van leem) zijn de bergen scherper of anders van kleur dan de dag ervoor. En datzelfde geldt natuurlijk voor het dal waar je op uitkijkt waarin zich een groot aantal quala’s, akkers, schapen en geiten met hun hoeders, bomen die in dit jaargetijde hun blad verloren hebben en mensen, kortom een hele samenleving bevindt. Een samenleving die radicaal van de onze verschilt en tegelijk ook zoveel overeenkomsten vertoont. Een leven wat zo dichtbij, aan de andere kant van de Hesco’s, en tegelijk zo ver van ons afstaat. Waar vanuit de kinderen je toelachen en om pennen vragen (thumbs up) en je er tegelijk verstandig aan doet, je scherfvest en je helm te dragen.
De afgelopen dagen heb ik op Poentjak van het uitzicht kunnen genieten en van de mensen die daar twee, drie, tien dagen of soms nog langer hun ding doen. De kleinschaligheid van de base maakt dat de sfeer gemoedelijk is. De primitieve voorzieningen maken dat er een gevoel heerst van op elkaar aangewezen te zijn. Geen douche, anderhalve meter dakgoot als urinoir, een aggregaat dat vier keer per dag uitvalt en weinig contact met thuis zorgen voor een back to basic stemming die voor- en nadelen kent.
Wat me het meest heeft getroffen zijn de onderlinge contacten. Misschien is het de tijd die mensen hebben in de overzichtelijke werkelijkheid van Poentjak. Of is het de overzichtelijkheid zelf. Maar de mensen zijn op Poentjak genegen zichzelf te zijn. Of zichzelf te laten zien. Alsof de afwezigheid van regels over welke jas wel of niet gedragen mag worden of over of je wel of geen muts mag dragen op de base meer ruimte geeft aan de mensen zelf. En die ruimte wordt door de gemiddelde militair zeer gewaardeerd en over het algemeen met verantwoordelijkheidsbesef ingenomen.
Wat mij betreft: tot later, Poentjak.
Kerst op Poentjak
Veertien kilometer ten Noorden van TK ligt een kleine base met de naam Poentjak. Een peloton Nederlanders bemensen deze post en proberen daar vanuit met patrouilles in de omgeving meer greep op de omgeving te krijgen. Vanaf eerste kerstdag was ik in de gelegenheid deze post te bezoeken.
Op eerste kerstdag heb ik daar een moment van bezinning georganiseerd. Ik ben begonnen met een nummer van Erik van der Pesch – In naam van de VN – om aan te geven wat bezinnen voor mij betekent; even stilstaan bij de betekenis die dingen hebben. Waarom zijn we hier, waarom is het belangrijk wat we doen (of niet), wat is onze rol daarin? En is dat wat we met ons leven willen?
Het nummer geeft een beleving weer van een militair op uitzending. Het is een verhaal waarin hoop, goede wil en goede bedoelingen uitmonden via twijfel en scepsis in een persoonlijk drama. Het is voor mij een nummer dat de vragen oproept die ik hierboven gesteld heb. Het roept de vraag op naar de zin en de zinervaring van deze missie. Maar het geeft daar niet het antwoord op. En dat kan ook niet. Er is geen pasklaar antwoord. Of ‘de missie’ zinvol is kunnen we over een jaar of twintig misschien gaan zien – en dan nog is de werkelijkheid veel complexer dan een simpel ‘ja’ of ‘nee’. Of mijn bijdrage zinvol is laat zich mogelijk beter beschrijven. Maar ook het antwoord op die vraag is vele malen ingewikkelder dan in een weblog is te vatten. Al is het alleen maar vanwege de vraag voor wie het zinvol zou moeten zijn; voor degene met wie ik een gesprek voer? Voor degene die weet dat hij ergens terecht kan als het niet meer gaat en alleen daardoor al verder kan? Voor de mensen thuis die weten dat er ook op het gebied van personeelszorg verschillende mogelijkheden zijn in het inzetgebied? Voor de Afghaan in Uruzgan? Voor de wereldburger?
Daarna hebben we stilgestaan bij het kerstfeest en de betekenis daarvan voor ons, onder deze bijzondere omstandigheden. Ik heb het kerstverhaal verteld vanuit menselijk perspectief. Hoe Jozef, door de jonge vrouw Maria niet te verstoten nadat ze zwanger bleek te zijn, vergevingsgezindheid toonde. En daarmee een kind, symbool van kwetsbaarheid maar ook van onbedorvenheid en reinheid, in deze wereld verwelkomde. Jozef maakte een keuze, tegen de norm van die tijd in, voor een tolerante opstelling en volgde daarmee zijn menselijke hart. Dat is voor mij de boodschap van het kerstverhaal: we kunnen als mens een keuze maken, een keuze vóór het goede. En als we ons hart daarin volgen in plaats van een harteloze norm, dan brengen we een beetje licht in deze wereld – en in christelijke termen zelfs een belofte van verlossing. Maar we moeten wel eerst zelf die keuze maken, (niet voor een of ander geloof maar) de keuze voor medemenselijkheid.
Op eerste kerstdag heb ik daar een moment van bezinning georganiseerd. Ik ben begonnen met een nummer van Erik van der Pesch – In naam van de VN – om aan te geven wat bezinnen voor mij betekent; even stilstaan bij de betekenis die dingen hebben. Waarom zijn we hier, waarom is het belangrijk wat we doen (of niet), wat is onze rol daarin? En is dat wat we met ons leven willen?
Het nummer geeft een beleving weer van een militair op uitzending. Het is een verhaal waarin hoop, goede wil en goede bedoelingen uitmonden via twijfel en scepsis in een persoonlijk drama. Het is voor mij een nummer dat de vragen oproept die ik hierboven gesteld heb. Het roept de vraag op naar de zin en de zinervaring van deze missie. Maar het geeft daar niet het antwoord op. En dat kan ook niet. Er is geen pasklaar antwoord. Of ‘de missie’ zinvol is kunnen we over een jaar of twintig misschien gaan zien – en dan nog is de werkelijkheid veel complexer dan een simpel ‘ja’ of ‘nee’. Of mijn bijdrage zinvol is laat zich mogelijk beter beschrijven. Maar ook het antwoord op die vraag is vele malen ingewikkelder dan in een weblog is te vatten. Al is het alleen maar vanwege de vraag voor wie het zinvol zou moeten zijn; voor degene met wie ik een gesprek voer? Voor degene die weet dat hij ergens terecht kan als het niet meer gaat en alleen daardoor al verder kan? Voor de mensen thuis die weten dat er ook op het gebied van personeelszorg verschillende mogelijkheden zijn in het inzetgebied? Voor de Afghaan in Uruzgan? Voor de wereldburger?
Daarna hebben we stilgestaan bij het kerstfeest en de betekenis daarvan voor ons, onder deze bijzondere omstandigheden. Ik heb het kerstverhaal verteld vanuit menselijk perspectief. Hoe Jozef, door de jonge vrouw Maria niet te verstoten nadat ze zwanger bleek te zijn, vergevingsgezindheid toonde. En daarmee een kind, symbool van kwetsbaarheid maar ook van onbedorvenheid en reinheid, in deze wereld verwelkomde. Jozef maakte een keuze, tegen de norm van die tijd in, voor een tolerante opstelling en volgde daarmee zijn menselijke hart. Dat is voor mij de boodschap van het kerstverhaal: we kunnen als mens een keuze maken, een keuze vóór het goede. En als we ons hart daarin volgen in plaats van een harteloze norm, dan brengen we een beetje licht in deze wereld – en in christelijke termen zelfs een belofte van verlossing. Maar we moeten wel eerst zelf die keuze maken, (niet voor een of ander geloof maar) de keuze voor medemenselijkheid.
Abonneren op:
Posts (Atom)
